Zelftest intake vragenlijst

Deze zelftest is gebaseerd op vragenlijsten die artsen en psychologen gebruiken en geeft een indicatie van eventuele  problemen. De vragenlijst is nadrukkelijk niet bedoeld om een diagnose te stellen.

Na het invoeren van de test, worden je resultaten berekend. Je krijgt een advies of het kortdurende, intensieve psychologische online hulptraject van vier weken geschikt is voor jou. Dit advies is gebaseerd op wetenschappelijke normen en jarenlange (online) praktijkervaring.

Een positief advies betekent geen garantie op succesvolle behandel/begeleidingsresultaten, maar de belangrijkste voorwaarden zijn dan wel aanwezig.

Een negatief advies betekent zeker niet dat je problemen niet op te lossen zijn. Maar op basis van jouw score lijkt het minder waarschijnlijk dat je binnen de vaste periode van 4 weken voldoende resultaat behaalt. Ook kan dit betekenen dat er sprake lijkt van lichamelijke oorzaken of dat face-to-face begeleiding geschikter is.

De zelftest bestaat uit 55 vragen. Dit kost enige tijd. Als je echt serieus werk wilt maken van je klachten heb je dit er graag voor over.

Instructie: de zelftest bestaat uit algemene vragen en daarnaast wordt gevraagd naar verschillende klachten en verschijnselen die je mogelijk hebt. Het gaat steeds om klachten en verschijnselen die je de afgelopen week (de afgelopen 7 dagen met vandaag erbij) hebt ervaren. Klachten die je daarvoor wel had, maar de afgelopen week niet meer, tellen niet mee.

Succes met invullen!

1.Ik vind het prettig om langer over dingen na te kunnen denken
2.Ik maak iets af als ik eraan begin
3.Ik heb moeite mijn gedachten te beschrijven
4.Ik heb moeite mijn emoties te beschrijven
5.Ik heb al eerder psychologische hulp gehad
6.duizeligheid?
7.Pijnlijke spieren?
8.Flauw vallen?
9.Pijn in de nek?
10.Pijn in de rug?
11.Overmatige transpiratie?
12.Hartkloppingen?
13.Hoofdpijn?
14.Een opgeblazen gevoel in de buik?
15.Wazig zien of vlekken voor de ogen zien?
16.Benauwdheid?
17.Misselijkheid of een maag die van streek is?
18.Pijn in de buik of maagstreek?
19.Tintelingen in de vingers?
20.Een drukkend of beklemmend gevoel op de borst?
21.Pijn in de borst?
22.Neerslachtigheid?
23.Zomaar plotseling schrikken?
24.Piekeren?
25.Onrustig slapen?
26.Onbestemde angstgevoelens?
27.Lusteloosheid?
28.Beven in gezelschap van andere mensen?
29.Angst- of paniekaanvallen?
30.Gespannen
31.Snel geïrriteerd?
32.Angstig?
33.Dat alles zinloos is?
34.Dat u tot niets meer kunt komen?
35.Dat het leven niet de moeite waard is?
36.Dat u geen belangstelling meer kunt opbrengen voor de mensen en dingen om u heen?
37.Dat u het niet meer aankunt?
38.Dat het beter zou zijn als u maar dood was?
39.Dat u nergens meer plezier in kunt hebben?
40.Dat er geen uitweg is in uw situatie?
41.Dat u er niet meer tegenop kunt?
42.Dat u nergens meer zin in hebt?
43.Moeite met helder denken?
44.Moeite om in slaap te komen?
45.Angst om alleen het huis uit te gaan?
46.Snel emotioneel?
47.Angstig voor iets waarvoor u helemaal niet bang zou hoeven zijn?
48.Bang om te reizen in bussen, treinen, of trams?
49.Bang om in verlegenheid te raken in gezelschap van andere mensen?
50.Gevoel of u door een onbekend gevaar bedreigd wordt?
51.Denkt u de afgelopen week weleens “was ik maar dood”?
52.Schieten u beelden in gedachten over een aangrijpende gebeurtenis die u heeft meegemaakt?
53.Uw best doen om gedachten of herinneringen aan een aangrijpende gebeurtenis van u af te zetten?
54.Moet u afgelopen week bepaalde plaatsen vermijden omdat u er angstig van wordt?
55.Moet u sommige handelingen een aantal keren herhalen?